De laatste dagen van onze vakantie breken aan. We rijden vandaag van Baracoa terug naar Camaguey, om morgen direct door te rijden naar Remedios, en een dag later naar Varadero, waar we de laatste dagen van onze reis zullen verblijven.

Het eerste deel van de weg is bar slecht. Er ligt geen asfalt tot aan Moa. Deze stad ligt op een kleine 40 kilometer van ons huisje, maar we doen er meer dan een uur over om er te komen. Als we de stad binnenrijden zien we alleen maar hele vieze oude industrie. In deze uithoek van Cuba hadden we dit absoluut niet verwacht. Alles is bruin/rood, zeg maar roestkleur. De weg (nog steeds onverhard), de oude vervallen fabrieken (wij vermoeden staalfabrieken), de borden langs de weg, de vervallen woongebouwen (van die flats die we in Nederland allang onbewoonbaar hadden verklaard) en de grotendeels afgegraven bergen. De grond is bruin/rood en daar zit blijkbaar een belangrijke grondstof in die voor de industrie van belang is, maar door het afgraven hiervan kleurt de hele stad bruin/rood.

Langs de weg liggen verroeste buizen, zo verroest, dat wij er regelmatig gas uit zien ontsnappen. Gelukkig waarschuwen ze de mensen hier wel voor, daar hangt dat zo’n bordje boven van een skelet van een hoofd (zo’n veiligheidsbordje voor giftige stof). Bizar!

Als we deze vieze smerige stad verlaten wordt het land gelukkig weer groen. Het landschap is veranderd in boerenland, er staan weer bomen langs de kant van de weg en, gelukkig voor ons, de weg is weer geasfalteerd! We kunnen weer een beetje doorrijden en dat moet ook, we hebben nog een aardige afstand af te leggen vandaag.

Als we later in de middag Camaguey naderen begint het te onweren. We hebben al aardig wat onweer gehad in Cuba, maar voornamelijk s’nachts. Als we de stad inrijden begint het te gieten. In korte tijd staat de straat volledig blank. De straat is nagenoeg leeg, alle bushokjes staan stampensvol met schuilende mensen, de arme paarden van de paardenkarren staan nog wel in de regen.

Wij zitten droog, dus rijden we stapvoets door. Als we het oude centrum in rijden snappen we ook waarom de stoepen zo hoog zijn. De straat is veranderd in een rivier, het water komt uit de putdeksels omhoog, op sommige plaatsen zijn de plassen echt minstens 40 centimeter diep. We kunnen de deuren van de auto niet openen, anders komt het water naar binnen.

Als we bij Julio voor het huis staan blijven we even in de auto zitten tot de bui wat afzwakt. We staan deels op de stoep geparkeerd, dus we kunnen met droge voeten de auto verlaten.

Bij Julio in huis is het een leuk weerzien met zijn familie en de huisdieren. Siem kijkt er de hele dag al naar uit om Margarita te knuffelen. Ze lijkt hem zelfs nog te herkennen als ze hem staat op te wachten bij de voordeur.

Zodra het ergste deel van de bui over is gaat PJ met Julio de auto parkeren en als de mannen terug zijn gaan we de stad nog even  in. Het was een lange dag en we hebben honger. We weten al waar en wat we gaan eten en daar kijken we ontzettend naar uit.