De lucht is grijs als we opstaan. Dat vinden we helemaal niet erg, wat we zijn gisteren, ondanks het gesmeer met zonnebrand toch aardig verkleurd (rosé aangebakken).

Luuk en PJ gaan vanmorgen even naar het stadje Baracoa (20km over een grindpad). Siem ziet dat niet zo zitten, dus wij blijven achter voor opnieuw een paar frisse duiken in de zee.

We hebben het complete strand voor ons alleen. We gaan de omgeving van ons strandje een beetje verkennen, de Cubanen zijn gisteren aan het einde van de middag vertrokken.

Als we over het strand lopen ontdekken we de ongelooflijke tering bende (excuses voor de taal), die de Cubanen hebben achtergelaten op het strand. Het lijkt wel een vuilnisbelt. Waarom nemen ze hun troep niet gewoon mee naar huis na een dagje strand. Dat is toch ongelooflijk! Kapotte schoenen, slippers, plastic flessen, lege blikjes en doppen, heel veel plastic doppen. Bizar gewoon.

Als PJ en Luuk terugkomen begint langzaam de zon ook weer door te breken en al gauw is het weer bloedheet. Als Siem van een oude verdroogde huls van een kokosnoot probeert een bootje te maken, komt onze gastheer aanlopen. Hij heeft een kokosnoot ‘geschild’ en geeft hem aan ons. We proeven een voor een het water, en de noot is een heerlijke snack.

Later komt hij nog 2 kokosnoten brengen (gele, de vorige was een groene), hij probeert ons in het Spaans met handen en voeten het verschil uit te leggen. We proeven de kokosmelk en deze smaakt veel sterker. De lege noten worden gevoerd aan de varkens, die het zich prima laten smaken.

Na weer een overheerlijk diner bij een ondergaande zon, steekt onze gastheer een enorme stapel door hem verzameld hout op het strand aan. We gaan op het strand zitten en genieten van het kampvuur met het geluid van de golven en onder duizenden sterren in de kraakheldere lucht.

Ook in dit deel van Cuba zijn problemen met de elektriciteit, en de elektriciteit in onze Casa is uitgevallen. Het is nog bloedheet, maar we doen een poging om in slaap te vallen. We hebben het nog niet meegemaakt dat de stroom de hele nacht uit bleef, dus we hopen op het beste.

Om half twee ‘s nachts klinkt een piep en gaat de stroom weer aan. Alle lampen gaan aan en gelukkig ook de ventilatoren. Als we proberen verder te slapen begint de haan te kraaien… wat een timing… gelukkig kunnen we er nog wel om lachen…