Als we vandaag extra vroeg opstaan zijn we blij dat het bewolkt is. We gaan een wandeltocht maken in Topes de Collantes. Een berggebied, 30 minuten van Trinidad, dat bij de Cubanen bekend staat als kuuroord vanwege de schone berglucht. Buiten een afgrijselijk groot en lelijk hotel, is het dorp zelf vooral verlaten.

We kopen een licentie voor de wandeltocht bij bezoekerscentrum, parkeren de auto bij het startpunt en beginnen vol goede moed aan de tocht van circa 7 kilometer.

Het is bovenop de berg gelukkig wat koeler met zo’n 27 graden. De tocht leidt ons zo’n 3 kilometer bergaf door de jungle naar een waterval, waar we onderaan de waterval kunnen zwemmen.

De tocht is prachtig, maar hoe verder we dalen, hoe warmer het wordt, hoe meer we beginnen te vrezen voor de terugweg bergopwaarts. We horen een steeds harder geluid van kletterend water, de waterval komt steeds dichterbij. Als we na 45 minuten tot een uur de waterval bereiken zijn we doorweekt van het zweet. PJ en Siem nemen een verfrissende duik, het water is zanderig bruin/rood en niet erg uitnodigend.

We kunnen nog een stuk verder lopen/klimmen zodat we meer van de waterval zien. Een groep van onbenullige Cubaanse mannen loopt voor me, waarvan er een een idiote actie uithaalt en van het pad af glijdt, de afgrond in. De dikke begroeiing weet hem te redden, en ik hoop dat hij de schrik goed te pakken heeft. Ik in ieder geval wel.

De waterval is prachtig en we nemen echt even de tijd om bij te komen, want we weten dat we de berg nog helemaal op moeten.

Na enige aarzeling beginnen we aan de terugtocht. Drie kilometer bergop met inmiddels een aardig gestegen temperatuur (de lucht is helder blauw en het is inmiddels middag).

De heenweg kregen we nog zere oren van het geklets van Siem, de terugweg is iedereen angstvallig stil. Slechts af en toe een zucht, gecombineerd met wat geklaag.

Bij de eerste adempauze kan ik mijn T-shirt al uitwringen. Het is doorweekt van het zweet. Je moet er toch niet aan denken dat je hier het hele jaar moet lopen of werken.

Na een aantal korte pauzes weten Luuk en PJ nog een eindsprint te trekken tot aan de auto (uitslovers!!!). Moe maar zeer voldaan stappen we in de auto en vertrekken we naar het strand. De rest van de middag gaan we uitrusten aan zee.

We vinden een heerlijk tropisch strandje, huren wat strandstoelen onder zo’n parasol met dak van palmbladeren en tanken weer helemaal bij. Als we binnen een half uur zien dat drie mensen met kwallenbeten uit de zee komen lopen, twijfelen we of we het water nog wel in willen.

Siem en ik gaan het water nog wel in en kijken goed om ons heen. Als ik weer eenmaal op mijn ligbedje zit, komt Siem binnen een minuut aanlopen met verschillende sliert-achtige brandwonden op zijn kuit. Het zal ook eens niet… hij is weer eens de pineut. Het lijkt gelukkig wel mee te vallen, een kwal heeft hem ‘geschampt’ en niet echt gebeten. Het prikt behoorlijk, naar zijn zeggen, maar het lijkt wel gauw weg te trekken. Als we weer naar ons huisje vertrekken heeft hij er geen last meer van. Gelukkig maar!

We beëindigen de dag weer in de stad. We kijken er naar uit om morgen verder te rijden. We hebben twee reisdagen in het verschiet. Morgen eerst naar de stad Camaguey, en overmorgen door naar de bossen van de Sierra Maestra in het uiterste zuidoosten van het land. Hasta Manana!