Na een avond met flinke regen- en onweersbuien, maken we ons vandaag op voor een trip van ongeveer 250 kilometer naar Trinidad.

Trinidad is een oud koloniaal stadje vlakbij de zuidkust van Cuba en dichtbij de Sierra del Escambray (bergketen). We zitten de komende 3 nachten in een Casa Particular dichtbij het oude centrum van de stad.

De rit naar Trinidad verloopt perfect! Prima wegen, goede bewegwijzering, daar kunnen ze in Havana nog wat van leren.

Rijden in Cuba is een avontuur op zich. Voor de meeste Cubanen is het standaard vervoer een paard en wagen of een hele oude fiets of fietstaxi. Snel vervoer gaat via een oude bus, of een tot bus omgeturnde vrachtwagen, of liftend. Wat een belevenis om door de dorpjes te rijden waar het krioelt van paard en wagens, fietstaxis en fietsende Cubanen met deels ontbloot bovenlijf (Beijing bikini). Daarnaast lopen de zwerfhonden midden op straat en de paarden, koeien en varkens staan te grazen aan een touw langs de weg. Het leven heeft hier de afgelopen 50 jaar stil gestaan.

In onze luxe personenauto met airco voelen we ons wel een beetje bekeken. Niet dat we verder niet opvallen met onze bleke huidjes en/of blauwe ogen… Hoe dan ook, de Cubanen zijn vriendelijk en het land is relatief schoon. Het landschap is prachtig en de creativiteit en oplossingsgerichtheid van de mensen verrast ons. Mais ligt te drogen op de openbare weg, je past best met de hele familie op 1 motor, is er geen taxi of bus, dan kun je ook best liften in de achterbak van een vrachtwagen, tussen de koeien. Hoe simpel kan het zijn!?!

Aan het begin van de middag, veel eerder dan verwacht, komen we aan in Trinidad. We worden ontvangen door de vriendin en de zoon van de eigenaren van het huis. Het is een prachtig huis met een eigen binnenplaats, we zijn de enige gasten en hebben twee slaapkamers en twee badkamers tot onze beschikking. Best fijn na 5 nachten een kamer met zijn vieren te hebben gedeeld.

Ik mag een wasje doen met de wasmachine van de familie. Een ervaring op zich (zo’n ouderwetse bovenlader met aparte centrifuge die je handmatig eerst zelf met water moet vullen). Wanneer de was te drogen hangt en we verder allemaal gesetteld zijn lopen we de stad in.

Een prachtig stadje met in het centrum van die oude kiezelstenen straten. Het is ontzettend warm en in de hele stad is de stroom uitgevallen. Dat schijnt in de steden van Cuba met enige regelmaat te gebeuren, rampzalig natuurlijk voor de ondernemers (je hoeft hier geen ijscozaak te beginnen, een handel in zonnepanelen daarentegen…).

Het is onvoorspelbaar wanneer er weer stroom is, maar de barretjes zijn spaarzaam met het openen van hun koelkasten en vriezers, dus koele drankjes zijn nog wel te krijgen.

Als we op een heerlijk terrasje zitten zien de jongens een zwerfhond onder het terras met twee pasgeboren pups. De hondjes hebben de ogen nog niet geopend. Ik ga kijken en mijn hart breekt… wat lief, en wat zielig… ik zou de alledrie (moeder en pups) het liefst mee willen nemen, maar dat kan echt niet. Als er iets is dat ze hier in Cuba nog echt kunnen verbeteren is de zorg voor zwerfhonden. Je ziet ze overal, broodmager, dat moet toch echt anders kunnen? Een programma om zwerfhonden te steriliseren/castreren is toch niet zo moeilijk? Schept ook weer banen voor dierenartsen… Hoe dan ook, het zet je wel aan het denken.

De rest van de middag en avond doen we rustig aan. We drinken overheerlijke Moji Pina’s (Mojito met ananas) en eten een hapje. Luuk voelt zich niet zo lekker, hij heeft vast iets verkeerds gegeten of heeft last van de hitte, we gaan naar ons huisje. De stroom doet het weer, dus de airco gaat aan. Een goede nacht rust zal hem (en ons) goed doen.