We hebben het opgezocht, we zitten 69 graden noorderbreedte. Zo hoog op de aardbol zijn we nog nooit geweest. We zijn noordelijker dan het noordelijkste puntje van IJsland, en noordelijker dan waar PJ en ik geweest zijn tijdens onze Alaska reis. Toch is het alweer bijna 30 graden als we de volgende morgen opstaan. De lucht is strak blauw en de zon staat hoog aan de hemel.PJ en Siem halen verse broodjes bij de bakker terwijl ik een kop koffie zet en Luuk zich nog een keertje omdraait in zijn bed. Wat een goed begin van de dag.

Na het ontbijt ruimen we op, dit verloopt inmiddels als een goed geoliede machine.

We rijden vandaag richting het noorden. Er loopt 1 hoofdweg over De Lofoten, de E10, deze slingert over de eilanden en verbindt ze middels bruggen en tunnels aan elkaar. 

Al gauw maakt Siem de vergelijking met de films van Jurrasic Park. De natuur lijkt er inderdaad erg op. Grote ruwe puntige rotsen steken uit een azuurblauwe zee. Omzoomt met alle kleuren groene bossages die je maar kunt bedenken. Het is zo overweldigend mooi. En wat een geluk hebben we met het weer. Als je hier bent met 14 graden en regen (wat zo’n beetje normaal is voor deze tijd van het jaar) dan zie je natuurlijk lang niet zoveel. 

Een van de eerste dorpjes die we passeren nodigt meteen al uit voor een koffiestop. 

Na een korte wandeling, tientallen foto’s en toch maar een koffie-to-go, gaan we weer verder.

Tien kilometer verder zijn we in Flakstad, waar we een prachtig wit strandje zien, dat ons zo ongeveer roept. We moeten gewoon even het water in.

We parkeren de camper, trekken onze zwemkleding aan en lopen het strandje op. 

Het water is heerlijk koud en zo super helder. We hebben Hawaii als vakantiebestemming hoog op ons lijstje staan, maar als we om ons heen kijken, het witte zandstrand zien, omringd door hoge bergen en azuurblauwe zee, dan is een vergelijking eenvoudig te maken. Alleen de palmbomen ontbreken… En dan moet je niet stilstaan bij het feit dat we zo’n 300km boven de poolcirkel zijn.

De jongens spotten nog een zeester, wat kwallen en een krab en we lachen met z’n allen om Bink die bang is voor een stok die in het water ligt, ze denkt dat het een of ander dier is en ze durft het niet te pakken, terwijl ze dit het liefste wel wil.

Na de heerlijke verfrissende duik rijden we verder.

De prachtige natuur blijft ons verbazen na iedere bocht in de weg, na iedere tunnel of brug.

Om een uur of drie zoeken we een camping. We vinden er een aan het Tengelfjord. Een smal diep fjord, waar de Hurtigruten doorheen vaart. We vinden een prachtige plek op de camping, naast een Duitser, die ons direct een pas gevangen visje aanbiedt. Die gaat op de bbq vanavond!!!

De jongens gaan krabbetjes vangen in de zee, terwijl wij heerlijk ontspannen bij de camper. Wat een luxe!

Ne het eten begint het wat te betrekken, ik ga in de camper zitten om met de jongens een potje te kaarten. Siem leert eenendertigen en maakt ons vervolgens direct in, zucht… 

Als we het bed in stappen horen we het getik van de regen op de camper. We vallen heerlijk in slaap.

Advertenties