Het voornemen was om vanmorgen vroeg op te staan. Maar omdat het gisteravond erg laat was bij het kampvuur, hadden we al zo’n vermoeden dat we dat voornemen niet gingen halen. Daarom had PJ de wekker op zijn mobiel gezet…

De wekker ging… en hij ging nog eens… en ik geloof dat PJ hem toen maar uitgezet heeft. Uiteindelijk ging hij zich maar eens opfrissen in het toiletgebouw en toen hij terugkwam was de hele camper nog in een toestand van diepe rust. Uit medelijden ben ik ook maar opgestaan en uiteindelijk hebben we met veel moeite ook de jongens uit bed kunnen krijgen.

De reden voor dit vroege opstaan is dat we vandaag naar het Grand Dunes National Park willen. Dit is een nationaal park met zandduinen van 30 km2 middenin de bergen. Op foto’s op Facebook hebben we gezien dat daar een beekje stroomt en dat je daar heerlijk in kunt spelen. Het is alleen nog wel 200 km rijden van onze camping. Vandaar ons geplande vroege vertrek.

Uiteindelijk rijden we om 8.45 uur de camping af. Drie kwartier achter op schema, zo vermeld PJ ons dat bij vertrek.

Eenmaal op weg zijn we direct verrast door de schoonheid van het gebied waar we doorheen rijden. Het lijkt een beetje alsof we door Beieren rijden, alleen veel uitgestrekter en rustiger en aan beide zijden van de weg enorme luxe ranches. Hier hebben de Amerikaanse yuppen hun buitenverblijven.

Dat we veel geluk hebben deze vakantie beseften we ons al. Maar als ik nietsvermoedend onderweg een filmpje maak van het mooie landschap komen er ineens twee T-Fords ons tegemoet rijden. Was dit toeval, of voorbestemd???

We rijden een enorm hoge pas op van 3.300 meter en stoppen om van het uitzicht te genieten en – uiteraard – foto’s te maken. Eenmaal over de pas wordt het weer wat armoediger. De sjieke ranches zijn vervangen door uitgebouwde trailers met ieder hun eigen kleine autokerkhof. Het is zondag, dus de straten zijn verlaten en de parkeerplaatsen bij de kerken staan vol.

Als we het laatste dorpje voor het nationale park hebben verlaten wordt de omgeving alleen maar desolater. Een droog grasland/steppe-achtig gebied met op de achtergrond een bergketen met reuzen van 4.000 meter en hoger. We rijden al op 2.000 meter hoogte en het is toch nog redelijk warm.

Als PJ denkt dat de afslag niet meer komt, verschijnt hij toch nog. Nog 16 mijl tot de ingang van het park. We rijden een aantal mijl totdat aan de horizon eindelijk een gele horizontale streep voor de bergen verschijnt. Heel bizar. Een woestijn voor de bergen. We kunnen bijna onze ogen niet geloven.

Bij de ingang van het park krijgen we zoals gebruikelijk weer een kaart. Deze stelt niet zoveel voor. We kunnen nog 4 mijl verder rijden tot aan de parkeerplaats en dan mag je te voet de zandduinen betreden en doen wat je wil, als je je troep maar opruimt bij vertrek.

Op de parkeerplaats trekken we snel onze zwemkleding aan en we weten niet hoe snel we weer naar buiten moeten. Op naar de duinen.

De lucht is strakblauw, we hadden het niet beter kunnen plannen. De zandduinen steken prachtig geel/wit af tegen de strakblauwe lucht en de donkergroene bergen op de achtergrond. Wat een plaatje. We lopen (bijna rennen) door het beekje direct de duinen in. Het is een aardige klim en af en toe rennen we naar beneden. Heerlijk door het warme losse zand.

We vinden een stuk karton en willen ermee de berg af sleeën. Dit lukt niet en we lachen ons kapot. Een ontzettend aardige Amerikaanse familie ziet ons hannesen en leent ons hun gehuurde sandboards (snowboards, maar dan voor in het zand). Siem gaat als eerste van een hele hoge heuvel. Het gaat erg hard en hij maakt dan ook een behoorlijke smakkerd… Gelukkig staat hij direct weer op en lacht hij. Hij moet nu alleen nog bult op en het zand is gloeiend heet.

Pieter-Jan gaat hem helpen, maar brand zelf ook bijna zijn voeten. Luuk en PJ willen het ook graag proberen en de andere kant van de bult is minder stijl. Het is supergaaf, alleen de klim naar boven blijft erg vermoeiend. Siem durft ook nog wel een keer en zo gaan de jongens nog een paar keer.

Ondertussen maak ik een praatje met het aardige stel, dat bovendien uit Denver blijkt te komen, de plek waar wij naartoe rijden. Ze tippen me over een mooi gebied waar we zouden kunnen kamperen onze laatste paar dagen. De kids van het stel gaven bovendien aan dat Waterworld het mooiste waterpark van Denver was (er zijn er meer), dat wordt een mooie afsluiting van onze vakantie.

De rest van de middag spelen we lekker in het zand en het lekkere warme beekje. Wat een feest!! Als we een allemaal een beetje roze verbrand zijn (aangebakken, zeg maar) vertrekken we weer, op zoek naar een camping.

Het uitzicht is nog steeds prachtig en we moeten nog een bergpas over. Deze is minder hoog. Terwijl PJ me vraagt hoe ver we nog van Denver zitten zet hij tegelijkertijd de radio aan. Een keer raden wie er op de radio gedraaid werd: John Denver. Weer zo’n bizar toeval.

We eten wat in een onverwacht leuk wegrestaurant en hebben geluk op de camping als we ons registreren. De allerlaatste plek is voor ons. Wat een bizar veel geluk weer vandaag. Is dit nou allemaal toeval, of toch voorbestemd???

Advertenties