Wie het eerste groot wild ziet mag in de luie stoel. Dat was tijdens onze Alaska reis in 2001 al de beloning voor de meest oplettende reiziger. Deze regel hebben we inmiddels ook al een paar jaar met onze kids ingevoerd. En driemaal raden wie vanavond in de luie relax stoel zit, naast de open haard… Jawel, me, myself and I.

Vanmorgen vertrokken we al vroeg uit het hotel in Boksburg (een buurstadje van Johannesburg). Blij om te vertrekken, want dit hotel was, na een reis van 18 uur een enorme deceptie. Koud, oud en in een vreselijke buurt. De toegezegde family room had helaas maar 3 bedden, dus kregen we twee kamers, maar moesten we onze ‘pack’ opsplitsen. Na een hele koude nacht, vroeg op om de rondreis te starten met een trip door Golden Gate National Park naar het Ardmore Guesthouse aan de voet van de Drakensbergen.

Nadat we goed en wel Johannesburg en zijn suburbs verlaten hebben rijden we de tolweg (nr. 3) op. We krijgen al enig zicht op wat ons te wachten staat. De kids op de achterbank denken al door de echte woestijn te rijden en enige vergelijking met andere vakanties blijft niet achterwege. Omdat het hier winter is en alles dus droog is en dor, krijgen we ook een echt ‘Out of Africa’ gevoel. Het is echt zoals je ziet in de films.

Na drie kwartier spot ik het eerste grote wild. Een struisvogel. Het is niet echt een van de big 5, maar het kan er zeker mee door, zo net buiten de grote stad. Kids balen… Mama op de grote stoel vanavond, ha, ha!!

Na 60km tolweg slaan we af en gaan we voor de toeristische route. We zien zo ook meer van het echte Zuid-Afrika. Veel kleine huisjes met golfplaten daken en bij iedere kruising mensen die spullen proberen te verkopen aan automobilisten die moeten stoppen.

We drinken koffie bij een geweldig wegrestaurantje dat zijn eigen koffie brand. De trotse eigenares vertelt ons haar verhaal en wij vervolgen na een klein uurtje met een aangenaam gevoel ons pad, een zak koffiebonen en zelfgemaakte koekjes rijker. Zal ons dit thuis net zo lekker smaken als hier?

Weer 100km verder komen we in Clarens. Een kunstenaars dorpje met een fantastische sfeer aan het begin van het Golden Gate National Park. We wandelen wat rond in het dorpje en bekijken wat lokale kunst, drinken een kopje koffie en doen wat inkopen. De sfeer bevalt ons wel.

Als we weer in de auto zitten gaan we de poorten van het Nationaal Park door. Wat moet ik hierover zeggen, alle superlatieven heb ik inmiddels al gebruikt… oordeel zelf, we hebben foto’s en film.

Luuk spotte na een klein half uur twee zebra’s. Siem balen. Ondanks dat hij voorin de auto zat, heeft hij ze toch nog gemist (gelukkig zag hij later wel een slang…).
We willen nog naar het Qwa Qwa National Park, want dit is volgens de reisgids een heel bijzonder park, maar hiervoor moeten we een eindje omrijden. We rijden een half uur door de stad Phuthaditjhaba (deze stad was tijdens de apartheid de hoofdstad van de ‘nationale staat’) en als we bij de ingangshekken staan wordt ons door de gatekeeper ten strengste afgeraden om naar binnen te gaan. We zijn veel te laat. Het is inmiddels ook al drie uur en om half zes begint het donker te worden en we moeten nog 170km rijden. We keren dan toch maar om.

Weer een kwartier door de stad, we krijgen wel echt een indruk van de sloppenwijken, want woningen zonder dak van golfplaten kennen ze hier niet. Wij, en ook de kinderen, voelen ons erg bekeken en rijk. Luuk bedankt ons dat wij zijn ouders zijn en dat hij niet hier geboren is. We proberen hem duidelijk te maken dat deze mensen, ondanks dat ze de pech hebben dat ze hier geboren zijn, nog wel gelukkig kunnen zijn, maar we zijn ook wel blij dat het ook wel indruk op hem maakt. Niet iedereen is ‘rijk’ geboren.

Eenmaal terug op de highway is het nog anderhalf uur rijden naar ons guesthouse. Het is net donker als we inchecken. We hebben een eigen huis tot onze beschikking. Drie slaapkamers, twee badkamers, twee open haarden en een heuze jacuzzi. Na een heerlijke 4-gangen maaltijd vraagt Siem of we alsjeblieft naar ons huisje terug willen gaan. Hij is zo moe en wil graag naar bed. Wij zien dit ook wel zitten.

Op weg naar ons huisje bewonderen we nog even de sterrenhemel. Hier aan de andere kant van de wereld is de Melkweg te zien en als ik een opmerking maak over de sterren weet Siem nog even heel fijn een opmerking te maken waar we vervolgens ontzettend van in een deuk liggen: “Ik zie ook wel eens een ster, alleen die stinkt een beetje”.

Bijgekomen van de slappe lach, laten we in het huisje het bad vollopen, de open haard gaat aan en we schenken ons een lekker wijntje in. Vitamine V(akantie)! We kijken uit naar morgen.

Advertenties